Kijken zoals een bioloog
De app herkent niet alleen — hij wijst aan wáár je op moet letten. Zo leert een kind determineren in plaats van gokken.
Natuur-ontdek-app · groep 1 t/m 8 · 30 dagen gratis
Een kind fotografeert een plant of dier. De AI herkent de soort, stelt één vraag op leeftijdsniveau — en beloont met een verzamelkaart. De Nederlandse natuur, van madeliefje tot ijsvogel — een soortengids waarvan wij elk weetje zelf hebben nagekeken, en die steeds verder groeit.
Nieuwe scholen zetten we één voor één op — toegang op aanvraag via info@florafaunadex.nl. De demo-klas kun je meteen bekijken, zonder account.
DEX de Rozesprinkhaan · hij bestaat echt — lees hoe
Zie je een plant of dier? Maak een foto — de app herkent de soort en je verdient een verzamelkaart.
— zo werkt FloraFaunaDex
Dit verdient een kind
Elke herkende soort wordt een verzamelkaart met de eigen foto van het kind, een weetje en een zeldzaamheid die iets zegt over de natuur — niet over geluk. Staat de soort in onze gids, dan is dat weetje door een mens nagekeken; daarbuiten komt het van de AI. Draai de kaart om voor het weetje.
beweeg je muis — of kantel je tablet
Het scan-moment
Richt en klik. Een halve vleugel of een blad met een hap eruit telt ook — de scan hoeft niet perfect.
"IJsvogel — 97% zeker." De AI kijkt naar vorm, kleur en vindplaats. Twijfelt hij, dan zegt hij dat eerlijk. En je ziet de naam al terwijl de kaart nog geschreven wordt, met een weetje uit onze gids erbij — de app staat nooit stil.
Groep 3 krijgt een kijkvraag, groep 7 een waarom-vraag. Goed of fout: je krijgt altijd het antwoord erbij.
Zeldzaam! De kaart schuift in je album en de klas ziet de XP meteen op de ranglijst verschijnen.
Wat het kind leert
De app herkent niet alleen — hij wijst aan wáár je op moet letten. Zo leert een kind determineren in plaats van gokken.
Een taalmodel dat een weetje verzint klinkt overtuigend en heeft soms ongelijk — en dan leert een kind iets onwaars. Daarom staat bij elke soort in de gids een weetje dat wij zelf hebben nagekeken, en bij bijna alle ook de wetenschappelijke naam — alleen bij de sporen niet, want een molshoop is geen soort, en de vraag die het kaartje stelt is juist welk dier hier was. Wat de app tijdens het scannen ook bedenkt: bij een soort die we kennen wint de gids. Dat weetje komt daarna overal terug — op de kaart, in de kennis-check, in het voorleesverhaal, op het werkblad en in de print.
Het scheelt ook een aai over de bol: de app hoeft minder te vragen aan de AI, en wat er wél gevraagd wordt is beter verankerd. De herkenning wordt gecontroleerd op de wetenschappelijke naam, zodat een letterlijk vertaalde soortnaam niet stiekem een ánder dier van de kaart maakt.
Eén lieveheersbeestje, acht groepen. De vraag groeit mee met het kind.
Elke soort die een kind ontdekt komt te wonen in zijn eigen natuurgebied, dat je van schuin boven ziet liggen: een eiland met een bos, een bloemenveld, rotsen, een meer en een moeras. Het gebied groeit vanzelf met het aantal verschillende soorten — bij vijf soorten komt de eerste boom, bij tien de bloemen — en wie een zwaan of eend vindt, krijgt het water meteen. Je hoeft niets te bouwen: de natuur bouwt zichzelf, en je ziet in één oogopslag hoe ver je bent.
De vissen zwemmen, de kikkers springen, het riet buigt in de wind en 's nachts staan er vuurvliegjes boven het moeras. In de herfst kleurt de grond mee en in de winter ligt er sneeuw — het reservaat volgt gewoon de kalender van het apparaat, zonder locatie en zonder weer-app. Alles is puur voor de sier: het gebied levert geen XP op en maakt geen enkele kaart sterker. Het is de plek waar je ziet wat je al ontdekt hebt.
Sinds september kun je je reservaat ook laten zien aan opa, aan een vriend of aan de klas van vorig jaar: één link, en de ander ziet dezelfde wereld. Wat er in die link zit zijn alleen de namen van je soorten — geen naam, geen foto's, geen plek en geen datum, en dat staat op het scherm vóórdat je hem kopieert. De link is met opzet leesbaar in plaats van een code: je kunt niet controleren wat je niet kunt lezen. Wie hem opent kijkt alleen; er wordt niets aan de eigen verzameling toegevoegd. Een school die dit niet wil, zet het uit in het beheerpaneel.
Er valt ook iets te dóén: elke dag ligt er een spoor om te lezen, elke bewoner vertelt wie hij is, en je kunt er een wildcamera of een schuilplaats neerzetten. Dat staat allemaal bij de functies →
Eén keer openen op de schoolwifi is genoeg: daarna opent de app ook zonder bereik, met je eigen verzameling erin. Scannen kan dan niet — dat zegt het scherm er eerlijk bij — maar de foto gaat in je rugzak en wordt vanzelf gescand zodra er weer internet is.
Een klasaccount met wachtwoord blijft dicht zolang dat wachtwoord niet te controleren is. Een gedeelde tablet gaat niet open door de wifi uit te zetten.
Bij Kleurenjacht staat er een kleur op het scherm; een kleuter zoekt er buiten iets van en fotografeert het. De app meet de kleur in de tablet zelf — geen AI, geen internet, en de foto wordt na het meten weggegooid. Er hoeft geen woord voor gelezen te worden.
Vind je dezelfde soort nog eens, dan staan je twee foto's naast elkaar met de tijd ertussen — en in juli en augustus is er een zomerstand: vijf dingen die er nú zijn, zonder klas en zonder iets om in te halen.
En elke tegel zegt vooraf of er geluid bij nodig is. Wie aangeeft geluid niet goed te horen, ziet die onderdelen niet meer — met een regel erbij welke het waren. Geen nepversie met een plaatje van een geluid: eerlijk zeggen wat iets nodig heeft, is beter dan doen alsof.
Verlaat een kind de school, dan gaat de verzameling mee: alle eigen kaarten in één bestand, met de foto's erbij. Een kopie — er wordt niets gewist. Zonder klascode, schoolnaam of vindplaats erin.
Zat de herkenning ernaast, dan mag een kind dat later alsnog rechtzetten — niet alleen in de seconden na de scan. Je ontdekt het immers thuis, of de volgende dag in de klas. De foto en de punten blijven staan, de oude naam wordt bewaard, en “ik weet het niet zeker” is een geldig antwoord.
Wat de app over veiligheid zegt, komt uit de soortengids die een mens heeft nagekeken — niet uit de AI. Dat werkt twee kanten op: de gids waarschuwt waar hij iets weet ("prikt", "niet opeten", "hou afstand"), en hij zet een vals alarm uit waar hij weet dat het meevalt. Een zweefvlieg lijkt op een wesp, maar steekt nooit — en dan hoort er geen waarschuwing te staan. Sinds eind augustus staan ook de twee soorten in de gids waar in Nederland het vaakst voor gewaarschuwd wordt: de reuzenberenklauw en de eikenprocessierups. Ze krijgen bewust niet dezelfde tekst — sap dat met zonlicht blaren geeft vraagt "niet vastpakken", brandharen die door de lucht komen vragen "hou afstand". De gewone berenklauw staat er daarom naast: anders zou "berenklauw" op een kaart stilzwijgend de gevaarlijke soort worden.
Met Mijn natuurjaar ziet een kind hoe zijn eigen jaar liep: twaalf maanden met wat er die maand bij kwam. Het tijdstip stond al bij elke kaart, dus er wordt niets extra's opgeslagen. Datzelfde jaar past ook op één poster voor boven het bureau — het eerste vel uit deze app dat niet voor een volwassene is. Alleen de naam die het kind zelf invulde staat erop: geen klas, geen plaats, geen foto.
Naast die kalender staat sinds september Mijn ontdekkingsreis: niet wat een kind in oktober vond, maar welke momenten telden — de dag van de allereerste vondst, de eerste soort uit een nieuwe diergroep, de eerste zeldzame kaart, de vijftigste soort. Eén doorlopend pad, op volgorde van gebeuren. Ook dit wordt volledig afgeleid uit de kaarten die er al zijn: geen tweede administratie, geen extra gegeven over het kind. En de app belooft er niets bij over wat er nog komt behalve een aantal — of je een zeldzame kaart vindt, hangt van de natuur af en niet van ons.
Er staat er nog één naast die geen woord lezen vraagt: Tel mee — vijf minuten buiten, één grote knop, tellen wat je ziet. Geen soortnamen, geen score, en de app oordeelt nooit over de plek waar een kind staat.
Sinds september is er een tweede kleuterspel: Waar woon ik? — één dier of plant, drie grote knoppen met een plek, en de vraag wordt voorgelezen. Elk antwoord komt uit een zin in onze gids; zit een kind ernaast, dan hoort het waar de soort wél hoort, nooit waar hij niet zou wonen — dat weet de app namelijk niet.
En Tel de ganzen: ganzen in de wei één voor één aantikken — bij elke tik zegt de app het volgende telwoord — en dan zeggen hoeveel het er waren. Zit je ernaast, dan telt de app hardop met je mee.
En Zet het dier op zijn plek: op, in, onder, naast of tussen? Het dier landt waar je tikt, en elke plek komt uit een zin in onze gids — de egel onder de heg, de mol onder het gras.
Deze drie staan samen met Tel mee en Kleurenjacht bovenaan de spellenlijst, onder de kop “Voor de kleinsten” — grote tegels, en een knop die de namen voorleest. Een kind van vier hoeft dus niets te lezen om te beginnen.
Voor de bovenbouw kwamen er drie bij: Groter of kleiner? (vier soorten op volgorde van maat — echt rekenwerk, op de maten die in onze gids met de hand zijn nagekeken), Van ei tot vlinder (de levensstadia op volgorde) en Wanneer zie je mij? (in welk seizoen zie je deze soort).
Er staan er twee naast: Oorwacht, waarin je aan een echte opname hoort welke vogel er zingt, en De Stille Vijf — een paar minuten stilzitten en daarna aanvinken wat je hoorde.
Sinds september heeft de herfst zijn eigen sfeer op het startscherm. Dat had niets met tekenwerk te maken en alles met de gids: de app laat elke dag zien wat je in dít seizoen kunt vinden, en daarvoor waren er in de herfst te weinig soorten om een maand lang te wisselen. Er staan er nu vijf bij — vier paddenstoelen en een libel — allemaal met een bron die zegt wanneer je ze ziet. Een school die het seizoensthema niet wil, zet het uit in het beheerpaneel.
Diezelfde week kreeg de winter dezelfde behandeling, en dat was het seizoen waar het het hardst nodig was: in januari liet de app elke dag dezelfde vier soorten zien. Er staan er nu negen — de keep bij de vetbol, het nonnetje op een grote plas, de kleine zwaan op nat grasland, de rotgans langs de Noordzeekust en een paddenstoel die juist midden in de winter op stronken groeit. Daarmee heeft élk seizoen genoeg soorten om een maand lang te wisselen, en werkt Wanneer zie je mij? het hele jaar rond in plaats van drie kwart ervan.
En sinds september heeft de herfst ook zijn eigen spel: Hoe kom jij de winter door? Elk dier moet iets verzinnen vóór het koud wordt, en ze verzinnen allemaal iets anders — de egel gaat slapen, de gierzwaluw vertrekt naar Afrika, de kolgans komt juist híérheen, de gaai begraaft eikels, de dagpauwoog kruipt een schuur in en de koolmees blijft gewoon. Zes antwoorden op één vraag, en onder elk antwoord staat de zin die het zegt, mét de bron: onze eigen nagekeken gids, of Wikipedia met de pagina en de datum erbij. Wie twee dingen tegelijk doet, doet niet mee: van de atalanta trekt maar een déél naar het zuiden, en bij de merel reizen er in oktober noordelijke merels door ons land. Een kind dat “blijft hier” tikt bij de merel heeft dan geen ongelijk — en een spel dat “Bijna” zegt tegen een goed antwoord, leert het verkeerde.
In dezelfde week kreeg de herfst er ook inhoud bij. De kruisspin stond nog niet in de gids terwijl hij dé herfstsoort van elke schooltuin is: zijn wielweb hangt tussen twee takken en zijn web gaat maar één dag mee. En van drie paddenstoelen die de gids al kende — de reuzenbovist, de inktzwam en het judasoor — is opgezocht wánneer je ze ziet, zodat ze meedoen in “Wat kun je nú zien?”. Daarmee gaat de herfst van negen naar twaalf soorten: in oktober krijgt een kind een maand lang wisselende tips in plaats van elke dag dezelfde.
Er staat nu ook een tweede herfstspel naast: De grote trektocht. Een kind helpt een dier zijn reis afleggen — en die reizen gaan twee kanten op, want dat is de helft van het verhaal: in oktober vertrekken de zwaluwen en de ooievaar naar Afrika, terwijl de kolgans en de kleine zwaan juist híérheen komen. Elke etappe heeft een nagekeken bron, en waar die ontbreekt staat er gewoon geen etappe: een kaart vol verzonnen pleisterplaatsen ziet er net zo betrouwbaar uit als de rest van deze app. De mooiste vraag komt uit zo'n bron: de ooievaar kán niet dwars over de Middellandse Zee, want boven open water is te weinig thermiek — hij vliegt om via de Straat van Gibraltar. Twee soorten kwamen er speciaal voor bij: de boerenzwaluw (met zijn geluid, dus ook in Oorwacht) en de paling, die zich voortplant in de Sargassozee bij de Cariben — iets wat nog nooit iemand heeft gezien.
En op het startscherm staat sinds september een natuurweerstation: het kind kijkt naar buiten en tikt zelf zon, regen, wind of kou aan — en ziet dan wat je bíj dat weer kunt vinden. Na regen de regenworm en de naaktslak, bij zon de hagedissen en de honingbij, met wind de zaden die vliegen. Er komt geen weerdienst aan te pas en er wordt geen locatie gebruikt, en dat is geen uitgeklede versie: een weer-API vraag je het weer óp een plek, en die plek is het kind. Alles wat er daarna staat komt uit de nagekeken gids, met de zin erbij die het zegt.
En er is een zoekspel bij: Camouflagekampioen. Zoek de hazelworm tussen de bladeren, de snoek tussen de waterplanten, de zandhagedis tussen de heidestruikjes. Geen klok en geen strafgeluid — wie ernaast tikt leest “nog niet, kijk nog eens goed” en zoekt door. Na het vinden staat er wát de bron zegt over zijn kleur en zijn gedrag, en verder niets: de conclusie — daarom zie je hem dus niet — trekt het kind zelf. Bij twee soorten mag die conclusie er wél staan, want dan zegt de bron het zelf: van de gewone pad (“een onopvallende kleur en wordt overdag zelden aangetroffen”) en van de hazelworm (“hazelwormen laten zich zelden zien”).
Nieuw is ook Natuurpost: een kaartje sturen naar een klasgenoot, met een kaart uit je eigen verzameling en een groet uit een vaste lijst — “kijk eens wat ik vond!”. Er zit bewust geen tekstveld op: wat een kind bij een ander kind op het scherm zet, hoort niet vrij te typen te zijn. Er gaat geen foto mee, alleen de soort en het beeld uit de gids; de ontvanger krijgt de soort niet in zijn eigen verzameling, want die heeft hem niet gezien; en er zit geen beloning op. Post gaat alleen binnen de klas, en na een week ruimt het zichzelf op.
En er is De natuurdokter, in de kijkversie: een kind dat iets vreemds ziet aan een plant of een dier tikt aan wát het ziet — vlekken, gaten, wit pluis, kleine beestjes, hangt slap — en waar, op hoeveel plekken en sinds wanneer. De app schrijft daar een verslag van in de eigen woorden van het kind, en zegt er bewust niet bij wat het is of waardoor het komt: dat staat nergens in onze nagekeken gids, en een gok ziet er op een scherm net zo betrouwbaar uit als een feit. De volgende stap is altijd kijken, vergelijken of aan de juf vragen; bij een dier bovendien: blijf op afstand. Een week later nog eens kijken geeft een vergelijking — meer plekken, minder, iets nieuws — zonder oordeel.
En er is nu ook De Dierensleutel: determineren zónder de AI. Een kind dat een dier ziet maar er geen foto van kan maken — het kruipt weg, het zit te hoog, de tablet blijft in de klas — beantwoordt een paar vragen over wat het ZÍET. Hoeveel poten? Wat voor huid? Waar zag je het? Na drie of vier vragen staat er bij welke van de tien hoofdgroepen het dier hoort, met het kenmerk erbij uit dezelfde indeling in tien hoofdgroepen die de rest van de app ook gebruikt. Het antwoord is bewust de groep en niet de soort: welk zoogdier het precies is, kun je aan die vragen niet zien, en dat zegt het scherm er ook bij. Twijfelen mag: bij elke vraag staat “ik twijfel”, en dat geeft geen antwoord maar een kijk-tip. Er gaat geen enkel verzoek het internet op, er wordt niets bewaard, en het kost niets — het werkt dus ook midden in een bos zonder bereik. En hij zit ook in het printbare lespakket van groep 5-6 en 7-8, met dezelfde vragen en dezelfde groepen: zo kan een klas zonder tablets naar buiten. Bij elke groep staan bovendien een paar soorten uit onze gids met hun vind-tip erbij, zodat het kind meteen weet wát het in die groep kan gaan zoeken.
Voor de klas die rupsen op de vensterbank heeft, kikkerdril in een emmer of een eikel in een pot, is er het groeidagboek: elke dag kijken en aantikken welk stadium je ziet en wat het doet. Het dagboek telt de dagen — “dag 1: rups, dag 9: pop, van rups naar pop: 8 dagen” — en zegt er bewust niet bij hoe lang het hóórt te duren, want dat verschilt per soort en per bak. De volgorde van de stadia komt uit de groeiketens in onze nagekeken gids; wat er gebeurt, ziet het kind zelf.
Allebei staan ze ook op papier in het printbare lespakket voor de leerkracht: een kijkblad met hokjes om aan te kruisen wat je ziet, en een dagboekblad met veertien lege dagregels. Dezelfde vragen en dezelfde stadia als op het scherm, letterlijk — papier en scherm zeggen nooit twee verschillende dingen.
En de app schaalt nu mee met het scherm. Op een telefoon verandert er niets, maar op een tablet — staand of liggend — vult het scherm zich met inhoud in plaats van met een smalle kolom in het midden: de tegels op het startscherm en de spellen staan in twee kolommen, en de scanknop blijft over de volle breedte. Zonder trucs die op een goedkope schooltablet haperen; gewoon een breder raster.
Voor de leerkracht is er De Natuurkrant bijgekomen: een klaskrant voor op het digibord over wat de klas déze week vond. Het bijzondere zit ook hier in wat er niet gebeurt — er wordt geen letter geschreven. Elk stukje volgt volledig uit wat de app toch al telde: de week in getallen, de soort van de week, wat er nieuw was voor de klas, en één weetje dat letterlijk uit de nagekeken soortengids komt. Wat niet te tellen valt, staat er niet. En al zijn de vondsten van kínderen: er staat geen enkele naam in de krant. Zijn twee soorten even vaak gevonden, dan kiest de app ook geen winnaar maar zegt hij dat het gelijkspel is — want een willekeurige winnaar ziet er op het scherm net zo overtuigd uit als een echte. Een lege week wordt niet verstopt: dan staat er gewoon dat er nog niets gevonden is, zonder verwijt.
En er is een spel bij dat op geen enkel ander lijkt: Het geheime natuurpad. Zes posten, bij elke post een raadsel, en pas als je weet wélke soort er beschreven wordt mag je door. Het bijzondere zit in wat er niet gebeurt: er is geen enkele aanwijzing geschreven. Elke zin stond al in de soortengids die een mens heeft nagekeken — er is er niet één bij bedacht. Dat maakt het kiezen lastiger dan het schrijven: bij 26 van de 157 soorten staat de naam in zijn eigen tip (“herken ’m aan de oranje borst”), en die vallen af. Ook een zin die vooral een wáárschuwing is doet niet mee: die hoort gelezen te worden, niet geraden. Mis tikken kost niets — er staat geen klok en geen “fout”, alleen “lees de aanwijzing nog eens”. En hetzelfde pad is voor de hele klas hetzelfde, zodat je samen kunt lopen.
Het weerstation houdt sinds kort niet op bij het lijstje: het weer dat een kind aantikt is nu ook te zien in zijn eigen reservaat. Bij zon staat er warm licht boven het eiland en drijft er één trage wolk; bij regen een grijsblauwe sluier met vallende druppels; bij kou een bleke waas. En bij wind gebeurt er met de kleur juist niets — wind zie je aan beweging, en de wolken jagen dan over. Een grijze lucht zou “bewolkt” zeggen, en dat is iets anders dan wat het kind buiten zag. Het weer verandert alleen de sfeer: er komt geen soort bij en er verdwijnt er geen, want dat zou een bewering over dat dier zijn. Een school die het niet wil, zet het uit in het beheerpaneel — het reservaat blijft dan gewoon staan.
En er is een plek bijgekomen om naar je eigen vondsten te kíjken: het mini-natuurmuseum. Vijf zalen, vijf vitrines, en het kind bepaalt zelf welk thema, welke vijf van zijn eigen kaarten en in welke volgorde — een verzameling toont álles, een tentoonstelling is een keuze. Zelf een titel typen kan bewust niet: vrije tekst van een kind die daarna op het digibord van de klas komt is een moderatievraag, en die willen we eerst kunnen beantwoorden. Op het bordje staat daarom het weetje dat er al stond, uit de soortengids die een mens heeft nagekeken. De zaal “Kleiner dan 5 centimeter” laat overigens geen pissebed toe — in de soortengids die een mens heeft nagekeken staat van hem geen maat, en dan hoort de app er ook geen te beweren. Haal je een kaart uit je verzameling, dan blijft de vitrine staan met de reden erbij, en er komt geen score of compliment bij: het is een tentoonstelling, geen toets.
In het ouderportaal ziet u wat uw kind deze week buiten ontdekte — samengevat in één zin die iets betékent: "…toonde deze week vooral interesse in vogels en leerde 3 nieuwe soorten herkennen." En met één knop schrijft de AI er een voorleesverhaal voor het slapengaan omheen, met de échte vondsten van uw kind in de hoofdrol. Voorlezen kan de app zelf, printen ook.
Privacy voorop: het overzicht bevat geen foto's en geen locatie, en de naam van uw kind gaat nooit mee naar de AI — in het verhaal heet hij of zij "een jonge ontdekker".
Elke herkende soort wordt één anonieme waarneming: wát er gezien is, in welke maand en in wat voor omgeving. Geen naam, geen apparaat, geen klas, geen foto, geen tijdstip — dus niets dat naar een kind wijst. Samen bouwen de klassen zo aan een echte meetreeks over de Nederlandse natuur, en de leerkracht ziet de optelsom terug in het paneel.
Bekijk alle functies Determineerspellen, verzamelseries, het reservaat, de klas-vlag, de arena en meer.
Voor de leerkracht
Geen accounts aanmaken, geen lespakket doorwerken. Eén klascode op het bord en de les buiten begint.
Ranglijst
Foutenanalyse
Tip van de app: Mick heeft twee weken niets gescand — koppel hem in de volgende buitenles aan Noor.
Leerdoelen sturen
Bij de klasinstellingen vink je aan op welke kerndoelen de app moet mikken. De AI verweeft die als rode draad door de quizvragen én de uitleg — dezelfde vondst, een andere invalshoek. Vink je er meerdere aan, dan verdeelt hij de vragen over die vakken. Vakken die niet bij de groep passen, krijg je niet te zien.
Eén kind, één ijsvogel, vier aangevinkte leerdoelen. Zo verandert de vraag mee:
"De ijsvogel heeft hele korte pootjes en een lange, zware snavel. Wat zegt dat over de manier waarop hij aan zijn eten komt?"
"Een ijsvogel vangt ongeveer 15 visjes per dag. Hoeveel zijn dat er in een schoolweek van 5 dagen?"
"Hij jaagt op zicht en heeft dus helder water nodig. Noem één ding dat jullie dorp kan doen om de sloot schoon te houden."
"In het Engels heet hij kingfisher — koningsvisser. Waarom past die naam zo goed bij wat je net gezien hebt?"
Illustratie van het principe — de vragen worden per vondst en per groep opnieuw gemaakt, dus je krijgt nooit twee keer exact deze zinnen. Wat wél vastligt: de leerdoelen die jij aanvinkt komen terug in élke vraag, ze staan bij de klasgegevens en ze verschijnen op het klasrapport dat je uitdraait. En de foutenanalyse hierboven werkt door in de moeilijkheid: struikelt een kind over een begrip, dan komt dat vanzelf vaker terug.
Verzamelen & battles
Elke soort heeft een zeldzaamheid. Hoe zeldzamer de vondst, hoe meer XP — en hoe sterker de kaart glanst; de zeldzaamste (episch en legendarisch) glinsteren met een veld van pinkende regenboog-sterretjes, zoals echte holo-verzamelkaarten. De kaart zelf is opgezet als een geïllustreerde veldgids: het zegel met de roze sprinkhaan linksboven, de naam in een schreefletter, daaronder een lint met de hoofdklasse (zoogdier, vogel, geleedpotige …) en onder de foto het nummer uit de gids. Herkenbaar als verzamelkaart, maar met een eigen handschrift. Dit zijn er vier, met de foto die het kind ook in de app te zien krijgt.
Foto's via Wikimedia Commons, altijd met fotograaf en licentie erbij.



Buiten, in het echt
FloraFaunaDex werkt alleen met wat er écht groeit en beweegt rond de school. Elke maand verschuift wat er te vangen valt — dus elke maand is er een reden om weer naar buiten te gaan.
Ons verhaal
Op een woensdagochtend in mei gingen vier kinderen van kindcentrum Mondomijn in Helmond-Brandevoort naar buiten voor de les wereldverkenning. Zoeken naar dieren en insecten, en daarna uitzoeken wat je gevonden hebt. Op een muur zat iets felroze. Het sprong twee meter naar beneden.
Wat ze hadden was geen gewone sprinkhaan. De roze kleur heet erythrisme — een kleurafwijking waarbij het groene pigment ontbreekt, een beetje zoals albinisme bij mensen. Natuurmonumenten noemt het zeer zeldzaam. En felroze is een waardeloze schutkleur, dus zo'n sprinkhaan overleeft meestal niet lang. Juist daarom zie je er bijna nooit een.
Wat ons raakte was niet de sprinkhaan. Het was wat er daarna gebeurde: die kinderen gingen het opzoeken. Ze wílden weten wát ze hadden. Dat moment kun je niet inroosteren — het gebeurt buiten, per ongeluk, als een kind ergens over struikelt.
Wij zijn met z'n drieën en we houden alle drie van de natuur. Wat ons stoorde: kinderen leren over de natuur op papier, terwijl die twintig meter verderop ligt. Een schoolplein heeft mossen, spinnen, mussen, paardenbloemen en een lijsterbes — en een klas loopt er dagelijks langs zonder het te zien. Dus bouwden we het gereedschap dat die vier kinderen die ochtend gebruikten, maar dan voor elke klas: zie iets, fotografeer het, weet wat het is, onthoud het.
De roze sprinkhaan werd onze naam en ons logo. Hij staat op elk kaartzegel, hij wijst kinderen de weg in de app, en hij is er de zeldzaamste kaart. Als herinnering aan waar het om gaat: het bijzondere ligt gewoon buiten, en je vindt het alleen als je kijkt.
Voor musea, dierentuinen & kinderboerderijen
Soorten die alleen bij jou te scannen zijn, worden kaarten die alleen bij jou te vangen zijn. Een schoolklas heeft ineens een reden om te komen — en om terug te komen.
Elke kaart die hier gevangen wordt, krijgt jouw naam als stempel op de voorkant. Maanden later ligt die kaart nog in het album, met de dag dat de klas bij jou was erop.
Kinderen volgen hun eigen speurtocht van soort naar soort. Geen extra begeleiders, geen gelamineerde opdrachtvellen.
Elke scan eindigt in een vraag op leeftijdsniveau. Je ziet wat bezoekende klassen bij jou daadwerkelijk leerden.
Drempels weg
Wél
Niet
Eerst 30 dagen gratis
Op aanvraagéén bedrag per leerling per schooljaar · alles inbegrepenProbeer het eerst met je hele klas: 30 dagen, alle functies, geen creditcard. Daarna één vast bedrag per leerling per schooljaar — geen premium-versie die de klas in tweeën deelt en geen losse modules die je erbij moet kopen. De prijs krijg je op aanvraag: mail ons en we vertellen precies wat het voor jullie school kost. Zegt de school niets, dan stopt het vanzelf.
Aanmelden gaat op dit moment op aanvraag: we zetten scholen één voor één op, zodat elke school begeleid van start gaat. Mail info@florafaunadex.nl en we nemen contact op. Bekijk intussen gerust de demo-klas.
Kerndoelen: sluit aan bij kerndoel 39, 40 en 41 (Oriëntatie op jezelf en de wereld — natuur en techniek): omgang met het milieu, planten en dieren in de eigen omgeving, en de bouw van organismen.
Eerlijke antwoorden
Eén minuut, eenmalig: klas aanmaken, code op het bord. Daarna nul. Er is geen lesbrief die je moet doorwerken.
Nee. Voornaam of alias plus de klascode is alles. Er valt dus ook niets te vergeten of te resetten.
Ja — het draait in de browser, dus ook op oudere tablets. Geen installatie, geen appstore, geen beheerder nodig.
Nee. Eén apparaat per groepje werkt prima; kinderen scannen om de beurt en de vondst telt voor het groepje.
Dan zegt hij dat liever dan dat hij gokt: bij twijfel krijg je "waarschijnlijk" met de reden erbij. Elke herkenningsstap doorloopt 400+ QA-checks, en fouten kun je melden met één tik. Voor elke soort in de gids ligt het weetje bovendien vast en nagekeken — daar verzint de AI dus niets: wat het kind te lezen krijgt hebben wij gecontroleerd.
Nee. De app vraagt nooit de locatie van een kind en gebruikt geen GPS of bluetooth. “Wie is hier bij jou” werkt met een code van vier tekens die je alleen kunt overtikken als je erbij staat: het bewijs is dat jullie elkaars scherm zien, niet een meting. Er wordt dus nergens vastgelegd waar iemand is of was, alleen dat een paar klasgenoten op dit moment dezelfde code hebben. Loop je weg, dan verdwijn je binnen drie minuten vanzelf uit het lijstje.
De camera is bedoeld voor planten en dieren, en zo is de app ook ingericht. Staat er tóch een persoon op, dan komt er geen kaart en wordt de foto meteen uit de app verwijderd — hij is dan al wel naar de herkenner gegaan, want dat is het moment waarop we het zien. Een gewone soortfoto blijft bij de kaart van het kind staan en is zichtbaar voor de klas (Show & Tell, foto van de week); publiek wordt hij nooit.
Ruilen is altijd één kaart tegen één ruil-voorstel, beide kinderen moeten akkoord gaan, en jij kunt het per klas uitzetten. Kaarten kwijtraken door een battle kan niet.
Klopt, en dat is bewust. Van het kind bewaren we zo min mogelijk; van de natuur juist wél, want daar wordt de wereld beter van. Elke vondst levert één regel op: soort, categorie, zeldzaamheid, het type plek (gras, struiken, water — geen GPS), de maand en de provincie als de school die invult. Geen naam, geen apparaat, geen klascode, geen foto en geen tijdstip. Een waarneming is dus niet meer dan "in mei is er ergens in Utrecht een ijsvogel bij het water gezien" — daar valt geen kind uit te halen. In het lerarenpaneel zie je de landelijke optelsom en kun je de soortenlijst downloaden.
In augustus zet je met één knop de klassen van vorig jaar in het archief. Er wordt niets verwijderd: het jaarboek en de klasposter blijven te printen, en elk kind houdt zijn eigen kaartenverzameling — die is van het kind, niet van de klas. Alleen tellen die klassen niet meer mee in het schooloverzicht en de landelijke competitie, zodat je het nieuwe jaar schoon begint. Bedacht je je, dan zet je een klas met één knop terug.
De eerste 30 dagen niets: hele klas, alle functies, geen creditcard. Daarna één vast bedrag per leerling per schooljaar — voor alles, geen losse modules en geen betaalmuur die halverwege het jaar dichtvalt. De prijs krijg je op aanvraag: mail info@florafaunadex.nl en we vertellen precies wat het voor jullie school kost. Loopt de proefperiode af zonder dat de school iets doet, dan stopt het gewoon; er wordt niets stilzwijgend verlengd. Het grootste deel van de bijdrage gaat naar de AI-herkenning (elke scan kost ons echt geld) en de servers; de rest naar onderhoud en ondersteuning. Partnerlocaties zoals musea betalen apart voor hun eigen modules.
Klaar in één pauze
De natuur wacht rond je school, en de gids groeit door. 30 dagen gratis, zonder voorbereiding — we zetten scholen één voor één op.